Stal Damburgh - Clun Forest Schapen
                         Het houden van schapen 



Home


Verzorging

Voeding

Gezondheidszorg
 -algemeen
 -ziekten
 -ontwormen
 -myasis
 -hoeven
 -Het Bloed

Fokkerij

Lammeren


Weide

Stalruimte

Regelgeving

Organisaties

Meer links

Contact

De geboorte van lammeren

Ongeveer 50% van alle arbeid bij het houden van schapen komt tot uiting in de lammertijd. Een korte lammertijd geeft minder werk. Bij sommige schapenrassen komen veel geboorte moeilijkheden voor met name door verkeerde liggingen. Vooral eenling lammeren worden dan moeilijk geboren, zeker bij een hoog voederniveau van de hoogdrachtige ooi. Dit komt doordat eenlingen zeer grote lammeren zijn en door het hoge voederniveau raken de lammeren bekneld door de volle maag inhoud.
 
Voorbereiding.
De lammertijd moet goed voorbereid worden. Niet alleen de (kraam)stal moet in orde zijn, ook alle mogelijke hulpmiddelen en ontsmettingsmiddelen moeten voor de lammertijd aanwezig zijn.
 
In het materiaal kastje behoort aanwezig te zijn: jodiumtinctuur, glijmiddel, lange handschoenen, ontsmette touwtjes, ademhalingstimulerend middel, baarmoederpillen enz..
 
Het is van belang om de uiers van de ooien voor de dektijd en na het lammeren te controleren. om niet voor verrassingen te staan. Als de ooi geen melk kan geven kan het lam overgewend worden. Als er een andere ooi is die net is bevallen kan zij namelijk dat lam overnemen. Is dit niet mogelijk dan dient men minimaal 3 keer per dag poedermelk via de fles te geven en dit langzaam af te bouwen tot het tijd is om over te gaan op bix dit dient ook langzaam opgebouwd te worden. dus terwijl je de fles afbouwt, bouw je dit bix op.
 
De geboorte
Enkele verschijnselen die aangeven dat de geboorte op komst is:
 
Afzondering - het schaap is een kudde dier. Als het zich afzondert van de kudde is er iets aan de hand. Dit kan de naderende bevalling zijn, maar kan ook duiden op ziekte.
Onrust - Het schaap wordt onrustig en zoekt een plaats om te werpen. Andere ooien worden soms weg gejaagd. Het schaap gaat vaak liggen, staat weer op, loopt een rondje en gaat weer liggen.
Krabben - De ooi krabt met de voorpoten in het stro.
Rondlopen - vaak loopt de ooi steeds rondjes, soms zelf zo vaak dat het aan de ligging van het stro te zien is.
Likken - De ooi likt met de tong langs haar lippen.
Omkijken - het schaap kijkt om naar de buik, want ze voelt daar iets vreemds.
 
Men beweert dat een geboorte vlotter verloopt als de ooi in de koppel blijft tijdens de geboorte van de lammeren en pas daarna in een apart kraamhok wordt geplaatst. Dit heeft ook als voordeel dat de kraamhokjes niet zo nat worden van het vruchtwater.
Indien er niet veel controle op de schapen is kan het gebeuren dat andere hoogdrachtige ooien een lam van een ander adopteert. 
Na een draagtijd van ongeveer 5 maanden min vijf dagen worden de lammeren geboren. 

Bij de geboorte worden drie perioden onderscheiden:
 
de voorbereiding - de uier zwelt , de uierhuid wordt rood en strak gespannen. Het weefsel rondom de geboorteweg wordt losser en de kling wordt rood en zwelt op.
 
het ontsluitingsstadium - nu wordt de baarmoeder door weeën geopend. De vruchtblazen worden in de schede geperst en zullen tenslotte door de verhoogde druk springen. Dit stadium duurt enige uren en de schapen hebben de neiging zich af te zonderen.
 
de uitdrijving - het schaap is erg onrustig. De weeën worden ondersteund door de buikpers en daardoor komt de vrucht in de schede om vervolgens naar buiten te worden geperst. De duur van deze periode varieert van een half uur tot enige uren. De meeste lammeren (90%) worden in de kopligging geboren, dit is de normale bevalling. De andere 10% in stuitligging, dit is een abnormale ligging waarbij hulp nodig is. 
De nageboorte komt bij eenlingen ongeveer een half uur tot enkele uren na de geboorte. Bij meerlingen enkele uren na de geboorte van het eerste lam. Na de geboorte trekt de baarmoeder samen.
 
Geboorte problemen.
Geboorte problemen kunnen optreden door:
a.     afwijkende liggingen
b.     te grote vruchten
c.     onvoldoende sluiting
d.     misvormingen
Bij problemen door de laatste gevallen zal er een dierenarts bij moeten komen om hulp te bieden. Door afwijkende liggingen kan er zelf geholpen worden het lam ter wereld te brengen.
 
Liggingen.
 
Belangrijk: voordat je een dier gaat verlossen moet je er altijd zeker van zijn in welke ligging het lammetje zich bevindt.
 
Kopligging - dit is de normale ligging. Bij deze ligging ligt het lam met gestrekte pootjes onder kop en recht voor het geboorte kanaal. Als het lam goed ligt en er verder geen bovenstaande problemen voordoen, wordt het lam vanzelf ter wereld gebracht zonder enige hulp. Dan komen eerst de 2 voorpootjes en dan de kop en uiteindelijk de rest van het lammetje.
 
Stuitligging - bij deze ligging ligtt het dier met zijn achterpoten naar het geboortekanaal toe. Het dier kan met enige trekkracht in deze ligging ter wereld gebracht worden. Hierbij moet wel opgelet worden dat de navelstreng kan afbreken, dus het dier dan geen lucht krijgt en dit dus snel gebeuren.
Deze ligging is te herkennen dankzij de hoeven waarvan de klauwtjes naar beneden zijn gericht.
 
Carpaalligging - bij deze ligging heeft een voorbeentje of beide zich niet gestrekt maar ligt gebogen in het schoudergewricht. De elleboog en de voorknie liggen naast de hals en borst. Hierbij is enige hulp nodig. Het pootje dient goed gelegd te worden, door de voorknie eerst wat omhoog te brengen langs de hals en het klauwtje in gebogen toestand naar voren trekken en dan kan het pootje gestrekt worden in het geboortekanaal. Met behulp van enige trekkracht, maak gebruik van de weeën, wordt het dier normaal geboren.
 
Schouderligging - hierbij zijn de voorpootjes sterk gebogen in het schoudergewricht en liggen ze geheel langs de romp teruggeslagen. De kop moet worden terug geduwd de baarmoeder in voor voldoende ruimte. Maar als de baarmoeder al te ver is samengetrokken pas dan op met baarmoeder scheuringen. De voorknie dient naar voren gehaald te worden, zodat het dier in de carpaalligging komt te liggen. En dan kan het dier op dezelfde manier als bij de carpaal ligging geboren worden.
 
Tarsaalligging - dit houd in dat een achterpootje of beide van een lam in stuitligging zich niet heeft gestrekt, maar gebogen ligt in het heupgewricht. De knie en de hak liggen opgevouwen onder de buik van het lam. Het lam moet bij deze ligging eerst voldoende worden terug geduwd voor de ruimte. Het onderpootje haal je langs de baarmoederwand naar je toe, hierbij moet het pootje zoveel mogelijk gebogen blijven ter bescherming van de baarmoeder. Het pootje wordt dan in de geboorteweg gestrekt. Het lam wordt dan in de stuitligging geboren.
 
Heupligging - het achterpootje is sterk gebogen in het heupgewricht en ligt geheel langs de romp terug geslagen. Het lam ligt hierbij ook in stuitligging. Er is weer voldoende ruimte nodig, dus dient het lam terug geduwd te worden. Je probeert dan de hak naar je toe te trekken, hierdoor komt het lam in de tarsaalligging terecht. De tarsaalligging wordt op de boven genoemde manier goed gelegd en verlost.
 
Teruggeslagen kop - dit ontstaat wel eens wanneer men te vroeg aan de voorpootjes trekt terwijl de baarmoeder nog niet genoeg is samengetrokken en het schaap nog niet perst. De kop moet eerst goedgelegd worden voordat je er trekkracht op uitoefent. Ook hierbij is er weer ruimte nodig. De kop moet voorzichtig onderlangs naar je toe gehaald worden en dan het lam op de normale manier verlossen, pas wel op dat de kop niet weer terug schiet of niet mee komt.
 
Schouder/elleboogligging - hierbij zijn de voorpootjes niet helemaal gestrekt. De voorpootjes zijn dan gebogen in de schouder(s) en elleboog(en). Het snoetje ligt dan ter hoogte van de klauwtjes. In deze gevallen worden de lammeren meestal spontaan geboren. Is dit niet het geval dan moet het lam een stukje terug geduwd worden en de beide pootjes moeten dan gestrekt worden. Daarna wordt het lam vlot geboren in de normale kopligging.
 
Opmerkingen en raad m.b.t. het verlossen;
> Werk hygiënisch. Zorg voor kortgeknipte nagels en goed gewassen handen.
> Hulp is alleen verantwoord wanneer de geboorteweg en baarmoedermond ruim genoeg zijn voor de hand. Forceer niets!!!
> Indien nodig het lam terug duwen in de baarmoeder. Let op dat de baarmoederwand dun en kwetsbaar is, dus snel scheurt.
> Slaagt je poging tot verlossen van een schaap niet, blijf dan niet doorgaan, maar roep deskundige hulp in.
> Beter 1 keer lang voelen dan een paar keer kort.  

Bij een moeilijke bevalling kunt u het volgende doen:

  • Controleer de positie van het lammetje.

  • Maak voldoende opening eer u begint.

  • Ga na hoe de navelstreng loopt.

  • Laat de keizersnede toepassen als dit nodig is.U redt hiermee de ooi en het lam vaak wel mee.

  • Vergeet niet te voelen naar een volgend lam.

  • Raadpleeg bij twijfel de dierenarts

Biest is heel belangrijke voeding voor pas geborenen lammeren. Het bevat de hoognodige vitaminen en antistoffen en is rijk aan energie. Bij het afkolven nooit de biest opwarmen in een magnetron, liever au-bain-marie.

Heeft u geen  schapen die buiten kunnen aflammeren, inspecteer dan vooraf of de stal in orde is. Maak deze schoon en leg er vers stro in en ventileer de ruimte goed. Kijk of de ooi met lam[meren] voldoende ruimte heeft. Goede verlichting is ook heel belangrijk.

Ooien die verwerpen dienen apart te worden gezet en de plek van verwerpen dient erg goed ontsmet te worden gemaakt.

Ooien die al ver in hun dracht zijn hebben steeds meer behoefte aan schoon drinkwater. Geef dit in ruime mate.

Verzorging van pasgeboren lammeren

Wanneer de ademhaling direct na de geboorte niet of niet goed op gang komt dan is het verstandig om het lam bij de achterpoten beet te pakken, de kop even kort onder te dompelen in koud water en daarna heen en weer te slingeren. Verwijder ondertussen het slijm uit de bek en neus. Leg na circa 30 seconden het lam in borst­buikligging op de grond en dien bijvoorbeeld Pro-Atman ademstimulans toe in de bek en beide neusgaten (evt. na 30 seconden herhalen). Je kunt het lam beademen door achter het lam te gaan staan en je vingers achter de ribboog te haken en naar buiten te trekken en met de vlakke handen de ribwanden weer samen te drukken. Dit met een frequentie van +/- 10 beademingen per minuut.

Daarnaast is het belangrijk om zwakke lammeren warm te houden met behulp van een warmtelamp en direct biest te geven.

Wanneer een ooi te weinig biest heeft, kun je het lam een zakje kunstbiest geven. In 1 zakje zit voldoende om één lammetje voldoende antistoffen te geven. Daarna kun je overschakelen op lammerenkunstmelk.

Rond de geboorte en de eerste dagen daarna is het zeer belangrijk dat het hok waarin ooi en lam(meren) verblijven schoon en droog is door ruim op te strooien met stro. Dit voorkomt diarree en navelinfecties bij lammetjes. De kans op een navelinfectie kun je ook verkleinen door de navel direct na de geboorte te ontsmetten met jodium of CTC spray. Een navelinfectie kan naast algeheel ziek zijn ook de oorzaak zijn van gewrichtsontsteking op een leeftijd tussen 2 dagen en 3 weken oud

Controleer altijd +/- 4 uur na de geboorte of een lam gedronken heeft. Bij twijfel het schaap melken en het lam de fles geven (eventueel met maagsonde).

Lammeren die nooit gedronken hebben na de geboorte gaan vaak +/- 24 uur na de geboorte dood aan onderkoeling. Het is bekend dat u met goede hygiëne en goede nazorg direct na de geboorte, de uitval na de geboorte zeer laag kunt houden.

Maagsonde

Soms zijn pasgeboren lammeren zwak of willen ze gewoon niet (uit de fles) drinken. Geef ze dan (kunst)biest met een maagsonde. Hoe moet dat nu weer? Maak de biest aan volgens de gebruiksaanwijzing op het zakje en vul hiermee een grote spuit. Neem het lam op schoot in zithouding met de rug tegen uw buik. Breng de sonde in de mond en duw hem voorzichtig in de slokdarm. Let op dat het lam slikt! Zorg ervoor dat de sonde niet in de luchtpijp komt. Dit is meestal goed te merken doordat het lam zich verzet of gaat hoesten. Zet de spuit op de sonde en druk hem langzaam leeg. Bij slappe lammeren lijkt het dan soms net of het licht aan gaat. Ze worden ineens weer tierig. Dan ziet het er allemaal goed uit. Als het lam hierna niet bij de moeder kan of mag drinken, ga dan zo snel mogelijk over op voeding met de fles. Geef in elk geval niet langer dan twee dagen melk met de sonde. Lammeren, die niet zelf het kopje optillen, mogen geen sondevoeding krijgen. Probeer ze eerst goed op te warmen. Wie zichzelf niet vertrouwt met het inbrengen van de sonde kan het eens laten voordoen door een ervaren schapenhouder of de dierenarts.

Opfok van lammeren met kunstmelkpoeder.

Lammermelkpoeder is geschikt voor fles- en voorraadvoedering (lambar). Per liter benodigde lammermelk is eerst 125 gram poeder nodig, als het lam goed drinkt en normale ontlasting heeft kunt u overgaan op 200 gram.(na ongeveer 3- 5 dagen). De poeder aanmaken in circa de helft van de benodigde hoeveelheid water van 65 graden. Na mengen aanvullen met koud water tot omgevingstemperatuur. Zonodig eerst laten afkoelen.

 

Voederadvies bij flesvoedering:

Dag 1 en 2 4 maal per dag 0.15-0.20 liter
Dag 3   3 maal per dag 0.20 liter
Dag 4 tot 6  3 maal per dag  0.25 liter 
Dag 7 en 8 3 maal per dag  0.30 liter
Dag 9 en 10 3 maal per dag 0.35 liter
Dag 11 tot 14  2 maal per dag 0.50 liter
Week 3 tot 6  2 maal per dag  0.60 liter
 Week 7 en 8 2 maal per dag 0.50 liter
Week 9 1 maal per dag 0.70 liter
Week 10   1 maal per dag  0.50 liter

   Let op:  dit is een richtlijn kleine aanpassingen zijn altijd mogelijk.
Geef de lammeren al in de tweede week lammerstartkorreltjes en hooi.

   Wanneer de lammeren goed biks, hooi of gras eten ook onbeperkt vers water aanbieden.